Groepsreis door de tijd

Ondanks een vrij beperkt publicitair (oud-)AJC-verleden ben je toch onbescheiden genoeg om in deze onlangs verschenen uitgave: Inventaris van de archieven van de Arbeiders Jeugd Centrale (AJC) (Aksant, Amsterdam, 2003, 260 blz., euro 7.50) direct naar je eigen naam te zoeken. En ja hoor, je wordt genoemd: op blz.19, zo zegt het register. Mis! Het blijkt blz.18 te moeten zijn. Is daarmee het (ook zaak- en plaatsnamen bevattende) register veroordeeld? Nee natuurlijk. Een flink aantal verdere steekproeven levert geen enkele fout op. Louter toeval dus! Dat deed me weer denken aan wat mij, als productiemedewerker in een uitgeverij, in de jaren vijftig een keer overkwam. Direct bij het allereerste openslaan van een pas verschenen boek wist mijn strenge hoogste ‘baas’ de vinger op een onder mijn verantwoordelijkheid vallend foutje te leggen, en omdat hij -op dat moment- goedgehumeurd was merkte hij met ongebruikelijke mildheid op: ‘het is maar goed, De Groot, dat het niet volmaakt is, dan kun je tenminste nog zien dat boekenmaken mensenwerk blijft’.
 
De samensteller van deze nuttige publicatie, Bouwe Hijma, zal er, boven alle humeuren verheven, wel geen moeite mee hebben dit relativerende oordeel te onderschrijven. En nu in alle ernst: wat een ongelofelijke hoeveelheid informatie is hier met grote nauwgezetheid bij elkaar gebracht. Laat nu de onderzoekers en de schrijvers maar komen: historici, sociologen, sociaal-pedagogen, en die het willen worden. Of gewoon belangstellenden en amateurs die wat willen bekijken, lezen, uitzoeken. Wat kunnen ze zoal verwachten, waarnaar wordt wel en waarnaar wordt niet verwezen?

Lees meer

Grensverkeer

Eerder dit jaar bezocht ik in het Universiteitsmuseum een kleine maar indrukwekkende tentoonstelling, die gewijd was aan ‘de Veensoldaten’. Met die naam, ‘die Moorsoldaten’, werden in de jaren dertig de tegenstanders van de nazi’s aangeduid die in het naburige Duitse Emsland, vlak over de grens ter hoogte van Westerwolde, in een vijftiental concentratiekampen zware arbeid in het veen te verrichten kregen. Aanvankelijk waren dat ongeveer tienduizend Duitsers, vooral communisten en sociaal-democraten, maar in 1941 zaten er niet minder dan vijftigduizend personen uit 23 landen opgesloten, onder wie veel Russische krijgsgevangenen.

Nu was die arbeid in de jaren dertig op zichzelf niet uitzonderlijk, want aan onze kant van de grens waren Nederlandse werklozen in diezelfde tijd eveneens tot dit soort werk geroepen: De hel van Jipsinghuizen, zo heet niet voor niets het boek van Cees Stolk. Het verschil was echter dat de politieke gevangenen, permanent van hun vrijheid beroofd, het in de Duitse kampen hevig kregen te verduren onder de, door SA- en SS-lieden uitgeoefende, keiharde terreur. Om het taaie ontginningswerk nog slopender te maken dan het onder hun wrede behandeling al was, lieten de beulen de gevangenen alles handmatig doen: geen geringe beproeving, waar zelfs sterke mannen aan kapot gingen. Dat was dan ook de bedoeling.

Lees meer

Fluitje

Taal kent vier mogelijkheden van gebruik: spreken, luisteren, schrijven en lezen. Als je luistert of leest ben je de ‘ontvangende’ partij, bij de beide andere de ‘zender’. Die twee kunnen natuurlijk moeilijk zonder elkaar, want wat heeft spreken voor zin als er geen luisteraars, schrijven –tenzij het een strikt persoonlijk dagboek betreft- als er geen lezers zijn? Als ik mag aannemen dat die laatsten mij niet zullen verlaten als ik met schrijven nog even doorga, wil ik hier aandacht vragen voor een vorm van communicatie met wel op elkaar afgestemde zender en ontvanger, maar: zonder taal. Kan dat dan, contact en verstandhouding waaraan al die vier zo onmisbaar lijkende taalaspecten ontbreken? Ja, dat is zelfs -zoals we allen weten- aan de orde van de dag: visueel zit de wereld er op vele gebieden helemaal vol mee (‘beeldtaal’), bijvoorbeeld in het verkeer, met woordloze borden; of bij voetbal, waar overtredingen soms met ‘geel’ of ‘rood’ worden bestraft, enz. En ook geluid kan woorden overbodig maken, zoals (om maar bij sport te blijven) bij wat een scheidsrechter doet als hij onregelmatigheden signaleert, namelijk door op zijn fluitje te blazen. Daar komt geen taal aan te pas, en ieder die met de afgesproken code op de hoogte is heeft met uitingen als deze geen enkel probleem. Zonder woorden.

Lees meer

Een vakantiekamp op Terschelling

Het was ver voordat Vonne van der Meer met haar roman ‘Eilandgasten’ onze waddeneilanden als plaats van handeling koos. En ook ver voordat Gerrit Jan Zwier door middel van zijn mooie boek ‘Mijn Waddeneilanden’ blijk gaf van zijn grote liefde voor Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog. Ver voor die tijd, meer dan een halve eeuw geleden, hadden wij in de afdeling Groningen al een van die ‘paradijsjes’ leren kennen. Het was 1948. De oorlogstijd was nog maar net achter ons, de uit de bezetting daterende voedselschaarste nog niet helemaal voorbij.

Aan de deelnemers en deelneemsters van het vakantiekamp op Terschelling moest Herman Nieland in zijn circulaire van 22 juli daardoor wel schrijven: ‘Bonnen voor een week meenemen, bij voorkeur extra bonnen voor boter, suiker, brood, vlees. In natura ook snoep, jam, cacao, broodbelegging.’ En onder de titel ‘Kampuitrusting’ vermeldde hij:
‘Zoals op de laatste deelnemersvergadering is besloten gaan we aan de hand van de lijst van dingen, welke we nodig hebben thuis eens uitzoeken, wat we wel hebben en wat we niet hebben. Kijk dus alle kasten na en is er wat bij wat we moeten gebruiken en je kan het voor een week missen: noteer het, zodat we weten waarop we kunnen rekenen’.
Er bleken onder andere vijf pannen nodig te zijn, waaronder een twintigpersoons. Het laten zoeken naar dat laatste kookgerei berustte natuurlijk op een forse overschatting van de normale grootte van de gezinnen waaruit de deelnemers afkomstig waren, maar desondanks is die grootformaat-pan er vast wel gekomen. Wij zijn tenminste geen van allen op de kampeerboerderij van de heer Van Dieren, fruitkweker in Formerum, van honger omgekomen.
 
Voor wie is er in die grote pan gekookt, wie gingen er mee? Uit het hoofd zou ik het niet meer precies weten, maar gelukkig komt er in Herman’s rondschrijven een opsomming van –twintig!- namen voor, die ik hier even overneem:

Lees meer

Een bewogen kunstenares

Daar ligt het dan vóór ons: Fré Cohen, leven en werk van een bewogen kunstenares, 1903-1943, een prachtig uitgevoerd boek over haar die het grafisch gezicht van de AJC in de jaren twintig en dertig heeft bepaald als geen ander. Het is voorbereid en geschreven door Peter van Dam en Philip van Praag en onbekrompen uitgegeven door Uniepers te Abcoude, op royaal formaat, telt 160 bladzijden en is zeer rijk geïllustreerd, deels in kleur [fl 49.90, inmiddels drastisch in prijs verlaagd].

Lees meer

Dichter (J.H. de Groot)

Toen in het Groninger Museum eerder dit jaar de drukbezochte tentoonstelling van het werk van de Russische 19de eeuwse schilder Repin gehouden werd, was daar ook –voor het eerst in de geschiedenis buiten Rusland- één van zijn beroemdste schilderijen te zien: ‘De Wolga-slepers’. Dat bracht de ‘Contact’-redactie op het aardige idee om het gedicht ‘De Slepers’ op te nemen, dat in woorden weergeeft wat Repin met verf deed.

Lees meer

De wereld omspannen met vriendschap

Het boek van Nelleke van Eerde-Kooy, De wereld omspannen met vriendschap, was het laatste werk dat met medewerking en ondersteuning van de inmiddels opgeheven Stichting Onderzoek AJC  niet alleen het licht zag maar inmiddels ook al is uitverkocht. De totstandkoming ervan is voor auteur, begeleiders en bestuur allesbehalve een sinecure geweest, en des te verheugender is het dat het eindresultaat in augustus 2002 op de Paasheuvel begroet mocht worden als een uitstekend geslaagde publicatie. Het boek wijkt, naast z’n specifieke onderwerp, in zoverre af van de eerdere uitgaven dat de be-schrijving van het Rode Valken-, Trekvogel- en Zwaluwenwerk bijna uitsluitend gebaseerd is op  objectief geselecteerde schriftelijke bronnen: veel AJC-periodieken en -brochures, boeken, etc. Persoonlijke herinneringen en de neerslag van eigen interviews met oud-leden zul je er dus niet in aantreffen. Maar omdat Nelleke wel korte tijd tot de later ontstane jongste groep van ‘Zwaluwen’ heeft behoord, ook overigens niet vreemd tegenover de ‘rode familie’ van weleer staat, en bovendien van haar sociologische zienswijze geen geheim maakt, is er een goed afgewogen mix ontstaan van persoonlijke betrokkenheid en kritische distantie. Zelfverheerlijkend ‘naar binnen gericht’ is het boek dus niet. De auteur viel zodoende niet ten prooi aan het –de ‘ooggetuige’ soms bedreigende- gevaar van een té groot inlevingsvermogen, dat met waarheidsdrang op gespannen voet kan komen te staan. Dat verhindert haar niet toch met liefde en met een prettige zakelijke betoogtrant haar ‘verhaal’ te vertellen, hier en daar misschien met een iets te geringe neiging enige wijdlopigheid te onderdrukken. Het boek telt 384 bladzijden.

Lees meer

De Centrale, financier van de ‘rode familie’

Honderd jaar geleden, op 13 februari 1904, werd in Den Haag een nieuwe levensverzekeringsmaatschappij opgericht, die officieel de naam ‘De Centrale Arbeiders Verzekerings- en Depositobank’ meekreeg, maar met de roepnaam ‘De Centrale’ bekendheid verwierf.

Lees meer

Biografieën op Internet

Het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) heeft alle negen delen van het Biografisch Woordenboek van het socialisme en de arbeidersbeweging in Nederland compleet op Internet gezet: http://www.iisg.nl/bwsa/index.html . Daardoor zijn 574 (!) biografische schetsen kosteloos voor de Internet-gebruiker toegankelijk gemaakt, met een foto van de beschreven personen erbij.

Lees meer

Bij wijze van herdenking (Chris Scholtens)

In Contact van september 1954, bijna vijftig jaar geleden dus, kon je een ‘Open brief aan het Gewestbestuur’ aantreffen, met als titel ‘Duitse weekends en hun achtergrond’. Uit dat stuk van twee volle bladzijden A4-formaat bleek, dat er iemand moeite had met die weekends, een zekere ‘Jan’. Hij deed blijkbaar mee met de gewoonte alleen maar de voornaam te vermelden. En dat in een tijd dat ‘Jan’ bovenaan het lijstje stond van meest voorkomende jongensnamen. Maar wees gerust: deze keer zet hij wél z’n volledige naam onder dit artikeltje.

Lees meer