Uit de oude-kinderboekenverzameling van JdeG

1    E.HEIMANS   Willem Roda
Behalve door dit klassieke boek is Eli Heimans (1861-1914) vooral bekend gebleven door de vele boeken en platenalbums die hij samen met Jac.P.Thijsse schreef. Hun ‘Flora’ verscheen bij Versluys, een tegenhanger van Noordhoff’s ‘Heukels’. Dr.Fop.I.Brouwer, prominent auteur in J.B.Wolters’ fonds voor het land- en tuinbouwonderwijs, promoveerde op ‘Leven en werken van E.Heimans’ (J.B.Wolters, 1958). Deze (zeldzame) eerste druk van ‘Willem Roda’ is verlucht met acht houtsneden naar tekeningen van Johan Braakensiek. Zie ook nr 10.

eerste druk, Tj.van Holkema, Amsterdam, 1889

 

2

VAN HICHTUM   Afke’s tiental. Een schets uit het Friesche arbeidersleveneerste druk, J.B.Wolters, Groningen, 1903

Deel II uit de ‘Geïllustreerde bibliotheek voor jongens en meisjes van 11-14 jaar’, opgezet door E.B.ter Horst Jr., directeur in de jaren 1894-1905, maar na zijn dood overgegaan naar Kluitman, die van ‘Afke’s tiental’ veel commercieel plezier heeft beleefd.
Sjoukje Bokma de Boer (ps. Nienke van Hichtum) (1860-1939) was de eerste echtgenote van Mr.P.J.Troelstra, voorman en mede-oprichter van de SDAP in 1894,  en schrijfster van hoge rang. Voor haar latere werk voor J.B.Wolters: zie nr 27.

Cornelis Jetses (1873-1955), het meest bekend door zijn samenwerking met Scheepstra en Ligthart, maakte voor dit wereldberoemde en in vele talen vertaalde boek veertien tekeningen. De band is ook van hem. Dit (eerst gehavende maar door mij gerestaureerde) exemplaar van de zeldzame eerste druk kocht ik in 1987 op een veiling voor f 85.-, maar de huidige waarde is daarvan al een veelvoud. Ook over het algemeen zijn de prijzen van oude kinderboeken fors gestegen. De verklaring is eenvoudig: meer vraag én minder aanbod.


3
N.VAN HICHTUM   Afke’s tiental
veertiende druk, Uitgeverij Kluitman, Alkmaar, 1951

De tekeningen van Jetses zijn door Kluitman in aantal verminderd en aangevuld met grote buitentekstplaten door J.H.Isings Jr. (1884-1977), voor J.B.Wolters en Wolters-Noordhoff allesbehalve een onbekende, evenmin trouwens voor een groot aantal andere uitgeverijen. Bij ons natuurlijk het meest bekend door zijn historische wandplaten in de reeks De Jongh-Wagenvoort. Zie ook nr 27.
Uit de Afke-editie die Kluitman in 1989 uitgaf ter gelegenheid van zijn 125-jarig bestaan is Jetses bijna helemaal verdwenen. Alleen de band berust nog op een tekening die hij ooit maakte. De tekst van deze (hier niet getoonde) eenenvijftigste druk is ‘geheel herzien’. Dat wil zeggen dat die er niet beter op geworden is: minder authentiek. De ondertitel (zie eerste druk) was al veel eerder weggelaten, naar het waarom kun je alleen maar gissen.

4
LOUISE MACK   Lennie’s schoolleven. Vertelling uit het leven van een Australisch schoolmeisje
eerste druk, Hollandia-Drukkerij, Baarn, 1904

Uit het Engels door Mevrouw Beelaerts van Blokland, die de moraal van rond de eeuwwisseling wel niet verstoord zal hebben.
Bandontwerp en illustraties door Louis Raemaekers (1869-1956). Ca. 1910 illustreerde hij voor J.B.Wolters de vier leesboekjes ‘Op zonnige wegen’ door T.van den Blink.

5
EVELYN SHARP   De jongste op school
eerste druk, H.J.van de Garde, Zalt-Bommel, 1905

Uit het Engels, geïllustreerd door C.E.Brock, zie ook nr 22.
Bandontwerper (mij) niet bekend.


6
STELLA MARE   Nicoline
eerste druk, J.C.Dalmeijer, Amsterdam, 1905

De echte naam van deze schrijfster was E.Visser-Zadoks. Dat is alles wat ik van haar weet.
Het bandontwerp is van G.van de Wall Perné (1877-1911), boeiende ontwerper, met omvangrijke productie, ondanks vroege dood. Staaltje van verzamelaarsvoldoening: voor één gulden gekocht in Redu, België, - een ‘boekenstad’ als navolging van Haye-on-Wye, Wales, dat ook het voorbeeld was voor Breedevoort in de Achterhoek: vele antiquariaten op een kluitje, eldorado voor boekengekken...

7
P.J.ANDRIESSEN   De dochter van den fabrikant
vierde druk, Van Holkema & Warendorf, Amsterdam, 1905

Toen dit deel in ‘Neerlands jeugdbibliotheek voor jongens en meisjes’ verscheen (met een bandontwerp van A.Rünckel, zie ook nr 8) was P.J.Andriessen allang overleden: hij leefde van 1815 tot 1877, was schoolmeester in Den Haag en schreef zo’n twintig historische jeugdboeken, die zowat de hele vaderlandse geschiedenis beslaan. Sijthoff leverde ze tot in de twintigste eeuw. Word t, met Goeverneur en Heije, gezien als hoofdfiguur voor de kinderlectuur van ca.1830 tot ca.1880. De vormgeving wordt pas verzamelwaardig, althans voor mij, als het gaat om na ca.1890 verschenen boeken. Mijn begrenzing ter andere zijde is 1940, omdat het toen gedaan was met de linnen banden.

 8
CORNÉLIE NOORDWAL   O, die lastige juf!
vierde druk, A.W.Bruna & Zoon, Utrecht, 1906

In de mij ten dienste staande bronnen wordt nergens van Cornélie Noordwal gerept, ofschoon zij toch een hele rij boeken heeft geschreven, zoals raadpleging van ‘Brinkman’ leert.
A.Rünckel (1886-1920) heeft in zijn korte leven veel boekbanden ontworpen en boeken geïllustreerd, zoals dit. Zie ook nr 7.

9
J.ZANGWILL   Kinderen van het ghetto
tweede druk, H.J.W.Becht, Amsterdam, 1906

Hier zouden jongeren wel even hun tanden in moeten zetten, want het boek is voor volwassenen geschreven, wat in kinderboekenland wel meer voorkomt. Het verdient hier een plaats, al was het alleen maar om de band. Alle naslagwerken zwijgen over de naam van de ontwerper, een monogram komt er niet op voor.
I.Zangwell (1864-1926) schreef een groot aantal romans over het joodse leven in vroeger eeuwen. Maakte het zichzelf niet gemakkelijk: ‘Because of his outspokenness and his championing of impopular ideas, Zangwell constantly put himself in public disfavor.’ Humor en ernst wisselen elkaar in zijn boeken af.

10
C.JOH.KIEVIET   Jongens van Oudt-Holland
tweede druk, Valkhoff & Co, Amersfoort, 1908

C.Joh.Kieviet (1858-1931), auteur van ‘Uit het leven van Dik Trom’ - ‘een bizonder kind, en dat is-ie’- (eerste druk 1891), heeft een omvangrijk werk op zijn naam staan, waarbij Johan Braakensiek (1858-1940) hem vaak als illustrator terzijde stond. Leverde vanaf 1886 elke week een politieke prent voor ‘De Amsterdammer’. Tekende ook voor boeken van o.m. E.Heimans, Mark Twain, P.Louwerse, Suze Andriessen.

11
MARIE ROBERT HALT   Wie wil, die kan
vierde druk, Lodewijk Opdebeek, Antwerpen, 1908

Bewerking van  ‘Histoire d’un petit homme’ met bandtekening en voor hem kenmerkende belettering door Jan Sluijters (1881-1957), kunstenaar met een creatief dubbelleven: omvangrijk oeuvre van boekbanden, boekillustraties, affiches, én schilder. Heeft o.a. voor P.Noordhoff gewerkt (illustraties, ook reclamemateriaal). Zie ook de nrs. 12/13 en 28.
In de jaren-twintig verzorgden de dames A.Ahn en A.Moret een schooluitgave van dit werk, verschenen bij J.B.Wolters.
De uitgever Opdebeek is van veel belang geweest voor de introductie in België
van vele Nederlande auteurs van kinderboeken.

12/13
TINE VAN BERKEN   Mijn zusters en ik
tweede druk, H.J.W.Becht, Amsterdam, 1908
derde druk, H.J.W.Becht, Amsterdam, 1917

Strakke vormgeving vervangen door lossere illustratie, beide van Jan Sluijters. Tine van Berken (1870-1899) schreef in korte tijd vele, veel verkochte, boeken. Zoals in de meeste jeugdboeken in haar tijd heeft de inhoud weinig met de sociale realiteit van die jaren te maken, arbeiderskinderen bleven gewoonlijk verstoken van mogelijkheden tot identificatie. Geldt zeker ook voor nr 17 (Top Naeff).

14
FRED.W.FARRAR   St.Wimfried of De schoolwereld
vierde druk, L.J.Veen, Amsterdam, 1909

Frederic William Farrar (1831-1903), onderwijsman en theoloog, o.a. in Canterbury.
Band en platen van L.W.R.Wenckebach (1860-1937), niet te verwarren met z’n oomzegger L.O.Wenckebach, die voor J.B.Wolters in de jaren-twintig ‘Das Wunderhorn’ van C.Brouwer en G.Ras illustreerde. Over de oom zelf geeft E.Braches uitvoerige informatie, zie de Beknopte literatuuropgave.

15
LILIAN TURNER   Betty als schrijfster
tweede druk, A.W.Bruna & Zoon’s Uitgevers-Mij., Utrecht, 1909

Voor een eerder verschenen deel van de serie schreef Nienke van Hichtum een ‘voorrede’, wat als een aanbeveling kan gelden. Ook Ida Heijermans, zuster van de toneelschrijver, is er lovend over: ‘het is een stukje warm leven, uitgebeeld door een schrijfster bij genade Gods.’ Helaas strekt deze genade zich niet zo ver uit, dat uit de courante bibliografische werken informatie over deze uitverkorene  te putten is.
Let op het doorlopen van de versieringen op rug en achterplat, redelijk nieuw toen. Ontwerper: wist ik het maar.

16
EMMY VON RHODEN   Schoolmeisjes áf
naar het Duitsch door G.W.Elberts, eerste druk, Gebr.Kluitman, Alkmaar, 1910

Emmy von Rhoden is vooral bekend als auteur van de ‘Stijfkopjes’-serie, voortgezet door Suze la Chapelle Roobol.
Voor gegevens over illustrator/-trice Willy Planck ontbreken mij de bronnen.

17
TOP NAEFF   In den dop
derde druk, Van Holkema & Warendorf, Amsterdam, 1911

Het laatste meisjesboek van Top Naeff (1878-1953). Haar eerste, ‘School-idyllen’ (1900), heeft het langst standgehouden.
Het bandontwerp is van Cornelia van der Hart (1851-1940), wier werk als bij weinig andere bandontwerpers door eenheid van stijl en van ornamentiek meteen is te herkennen.

18
FELICIE  JEHU   Wies Ongeluk
eerste druk, Gebr.Kluitman, Alkmaar, 1911

Schrijfster met grote productie, Felicie Jehu (1865-1956), maar veel herhaling van dezelfde motieven uit de zgn. burgerlijke moraal van honderd jaar geleden.  J.Stamperius, een soort ‘paus’uit de wereld van de jeugdliteratuur van toen, zelf ook schrijver, was er destijds al niet weg van.
Geen bandontwerper bekend, maar hij/zij behoorde in ieder geval tot de liefhebbers/-sters van florale decoratie en andere vegetatieve slingeringen waaraan de ‘Jugendstil’ zo rijk was. Vergelijk de nrs 6, 15, 17.

19
A.C.KUIPER   Marguerite Bianca
eerste druk, Scheltens & Giltay, Amsterdam, 1912

Bandontwerp door J.B.Midderigh-Bokhorst (1880-1972). Illustreerde voor J.B.Wolters rond 1910 een serie ‘leesboekjes voor de volksschool’ door L.Leopold, befaamd auteur uit J.B.Wolters’ rijke verleden.

20
J.J.A.GOEVERNEUR   Ver over zee
tweede druk, H.C.A.Campagne & Zoon, Amsterdam, 1914

Een duizendpoot, deze J.J.A.Goeverneur (1809-1889): hij was (kinder)dichter, verteller, vertaler. Verzorgde tekstedities van Don Quichotte, Robinson Crusoe, Uilenspiegel, Gullivers reizen, De negerhut van oom Tom, enz. ‘Hij verdient in iedere geschiedenis van de Nederlandse kinderliteratuur een ereplaats tussen de enkele schrijvers van betekenis uit de periode vóór 1880.’ (D.L.Daalder). Goeverneur heeft ons o.m. het niet stuk te krijgen ‘Toen onze mop een mopje was’ nagelaten, opgenomen in de bundel ‘De zingende kinderwereld’ (J.B.Wolters). Voor P.Noordhoff deed hij ook wel eens wat. In onze wijk ‘de Oosterpoort’ is een straat naar hem genoemd.
De bandontwerper is niet bekend, zoals meestal bij deze (niet meer bestaande) uitgeverij. Ik bezit er een flink aantal van; ze hebben bijna altijd wel wat bijzonders. Gebonden bij Elias P.van Bommel, een destijds gerenommeerde evenmin nog bestaande binderij in Amsterdam, andere bij Gebr.Wöhrmann te Zutphen.

21
WILLIAM J.LONG   Thuis in de wildernis
eerste druk, W.L.& J.Brusse, Rotterdam, 1924

De ontwikkeling van het fonds van de firma Brusse, die bestond van 1903 tot 1969, laat zien welke belangrijke rol een uitgever kan spelen bij de vormgeving van het boek. S.H.de Roos, H.P.Berlage en J.B.Heukelom hadden daarin een belangrijk aandeel. Deze band werd ontworpen door Johan Briedé (1885-1980). Ook uit diens werk voor J.B.Wolters blijkt zijn voorliefde voor flora en fauna, getuige de deeltjes L.Dorsman & J.van der Klei, ‘Plantengroei en -bloei’ en ‘Dierenvreugd en -leed’, tot ver na de oorlog leverbaar.

22
E. NESBIT   Spoorwegkinderen
tweede druk, G.B.van Goor Zonen, Gouda, 1924

Haar bekendste boek: ’The Railway Children’ (1906), vol problemen en sentimenteel, maar alles komt goed, - zoals meestal bij Edith Nesbit (1858-1924).
De matige tekeningen zijn van C.E.Brock, die ik in het Nederlandse arsenaal van kinderboekillustratoren niet kan plaatsen. Wel de bandontwerper: dat is Jac.Nuiver, hier geboren en opgeleide Groninger, maar werk van hem voor Wolters of Noordhoff is mij niet bekend.

23
MARK TWAIN   De lotgevallen van Huckleberry Finn
zevende druk, Van Holkema & Warendorf, Amsterdam, 1927

‘Tom Sawyer’ (1875) en ‘The Adventures of Huckleberry Finn’(1885) van Mark Twain (1835-1910) werden verschillende keren in het Nederlands vertaald.. Deze serieband is van Jac. Nuiver, zie ook nr 22.
Antiquariaat Blaeu te Leiden ontleende er het enthousiast naar zijn petje grijpende jongetje aan voor zijn boekenlegger. ‘Dát was nog eens lezen!’ (Zoek echter de verschillen met de boekenlegger).

24
M.C.VAN ZEGGELEN   De gouden kris
derde druk, Scheltema & Holkema, Amsterdam, 1928

Marie C.van Zeggelen (1870-1957) debuteerde in 1908 met dit boek, door D.L.Daalder in ‘Wormcruyt met suycker’ een van de hoogtepunten uit de Nederlandse kinderliteratuur genoemd.
Bandontwerp van Albert Hahn Jr. (1894-1953), die incidenteel ook voor P.Noordhoff werkte, overwegend echter voor de SDAP en andere tot de ‘rode familie’ behorende sociaal-democratische organisaties.

25
MARIE C.VAN ZEGGELEN   Dona Alve
eerste druk, Scheltema & Holkema, Amsterdam, 1928

Illustraties en bandtekening zijn van J.Gabriëlse (1881-1945), ‘tekenaar van Indië’. Hij maakte portretten en schilderde landschappen, o.m. voor de schoolwandplaten van P.R.Bos, uitgegeven door J.B.Wolters. Kort voor het einde van de oorlog overleed hij, uitgeput, in een interneringskamp op Java.

26
CHR.VAN ABKOUDE    Kruimeltje
vierde druk, Gebr.Kluitman, Alkmaar, 1930

De eerste druk is van 1923. Dit klassieke jeugdboek is nog steeds leverbaar, zij het in een nieuwe versie waarin de oorspronkelijke typering van Kruimeltje als Rotterdamse straatjongen moeilijk is te herkennen, vergelijk de boekenlegger. Chr.van Abkoude (1884-1964) was ook de auteur van ‘Pietje Bell’, ook zo’n eeuwige belhamel.
Pol Dom (1885-1970), Hans Borrebach en Jan Lutz: namen die je veel tegenkomt bij dit genre jeugdboeken. Dom’s werk is zeer ongelijk van kwaliteit.

27
COR BRUYN   Keteltje in het veerhuis
vierde druk, G.B.van Goor Zonen’s U.M., Den Haag, 1932

Onderdeel van een serie: ‘Keteltje in de lorzie’, ‘Keteltjes thuisvaart’. De eerste druk van dit deel is van 1923. Cor Bruyn (1883-1978), schrijver van een groot aantal boeken, ook voor volwassenen: ‘Sil de strandjutter’. Rond de eeuwwisseling leerling op de befaamde Haarlemse Rijkskweekschool.
Gaf samen met Nienke van Hichtum bij J.B.Wolters de leesserie ‘Uit het Sagen-
land’ uit, ca. 1925, met illustraties van J.Gabriëlse en J.H.Isings (1884-1977), die ook ‘Keteltje’ van band en illustraties voorzag. Zie ook nr 3.

28
THEO THIJSSEN   Jongensdagen
eerste druk van de licentie-uitgave, Arbeiderspers, Amsterdam, 1935

Theo Thijssen (1879-1943), als schrijver het meest bekend door ‘Kees de jon-gen’, schreef één kinderboek, oorspronkelijk verschenen bij Van Dishoeck, Bussum. Het decor ligt ook hier in de Amsterdamse Jordaan. Als onderwijsvernieuwer wordt Thijssen m.i. overschat. Hij fabriceerde al vroeg een reeks banale cijferboekjes met een taai leven, dat voortduurde ook nadat Diels cs met ‘Fundamenteel rekenen’ (J.B.Wolters) in de jaren-dertig al (destijds) nieuwe wegen was ingeslagen.
Band en illustraties zijn overgenomen van de eerste druk van 1909, beide van de hand van Jan Sluijters, bij uitzondering ongesigneerd. Zie nrs 11 en 12/13.

29
MARCEL J.A.ARTZ   Haantje Pik’s avontuurlijke reis
eerste druk, De Arbeiderspers, Amsterdam, 1936

Bandontwerp en illustraties door Sjoerd Kuperus. Zijn kracht lag in het tekenen van dieren, getuige ook de bij P.Noordhoff uitgegeven en door hem geïllustreerde vier deeltjes ‘Schetsen en verhalen uit het dierenleven’, door D.Rutgers en R.Tolman, ca.1933.

30
HECTOR MALOT   Alleen op de wereld
eerste druk van deze vertaling, Arbeiderspers, Amsterdam, 1940

Direct na zijn verschijnen in 1878 (‘Sans famille’) een groot succes, is dit boek, die prachtig vertelde zwerftocht door de levens van zovele goede (en kwade) mensen,  tegelijk het enige uit het omvangrijke werk van Hector Malot (1830-1907) dat nog steeds wordt gelezen, in vele vertalingen en versies. Waar is Carlo Balzani aliasVitalis trouwens gebleven, Dolce en Zerbino gingen hem door Remi’s schuld toch vóór in de dood? Dat deed Tjeerd Bottema, P.Noordhoff’s ‘huistekenaar’, beter,  op die onvergetelijke prent uit een andere editie dan deze.
Band en tekeningen hier zijn van George van Raemdonck (1888-1966), tekenaar van o.m. de onsterfelijke strip ‘Bulletje en Boonestaak’ door A.M.de Jong, die vóór de oorlog dagelijks in het sociaal-democratisch dagblad ‘Het Volk’ is verschenen.

Beknopte literatuuropgave voor geïnteresseerden

D.L.Daalder, Wormcruyt met suycker. Historisch-critisch overzicht van de Nederlandse kinderliteratuur (Amsterdam, 1950 * Purmerend, 1973 * Schiedam, 1976 [reprint])

Anne de Vries, Wat heten goede kinderboeken? Opvattingen over kinderliteratuur in Nederland sinds 1880 (Amsterdam, 1989)

H.Beckering e.a. (red.), De hele Bibelebontse berg. De geschiedenis van het kinderboek in Nederland & Vlaanderen van de middeleeuwen tot heden (Amsterdam, 1989)

J.Linders e.a. (red.), Lexicon van de Jeugdliteratuur (Houten/Groningen, 1982-heden, [losbladig])

E.Braches, Het boek als Nieuwe Kunst 1892-1903. Een studie in Art Nouveau (Utrecht, 1973)

Fons van der Linden, In linnen gebonden. Nederlandse uitgeversbanden van 1840 tot 1940 (Veenendaal, 1987)

A.S.A.Struik, Een voorlopig overzicht van signaturen op industriële boekbanden in: ‘De Boekenwereld. Tijdschrift voor boek en prent’, 12de jaargang nummer 3  (Utrecht, februari 1996)