Ontmoetingen met de AJC in boek en periodiek

De laatste jaren zijn er, in het zicht van het einde van de eeuw, nogal wat boeken verschenen die de afgelopen honderd jaar in woord en beeld proberen samen te vatten. In sommige van die werken komt ook de AJC voor, als markant onderdeel van de geschiedenis van de twintigste eeuw, zoals in Lage landen, hoge sprongen. Nederland in beweging, 1898-1998 door Jos van der Lans en Herman Vuijsje.

Een goede oude AJC-vriend belde mij op naar aanleiding van het hoofdstuk ‘De bevrijding van jeugdland’, omdat hij even zijn ongenoegen kwijt wilde over de manier waarop hier de AJC getypeerd wordt. Bij zijn gesputter kon ik mij wel iets voorstellen. De bekende plaat van Johan van Hell uit 1928, ‘Optocht van de AJC’, hier ter introductie van het hoofdstuk in kleur afgebeeld, doet het natuurlijk goed, dat wel, maar bij de volgende passage ligt de spot er wel een beetje te dik bovenop: ‘Jaarlijks hoogtepunt vormden de door duizenden jongeren bezochte Pinksterfeesten op de Paasheuvel. Het programma van zo’n Pinksterfeest had wel wat weg van het dagrooster van een strafgevangenis: 5 uur reveille, 6 uur ontbijt, 7 uur lichaamsoefeningen op de speelweide’...(enz.). Maar menig man achter de tralies zal zijn lot graag hebben ingewisseld voor de vrijheid en het plezier van de jeugdige feestgangers te Vierhouten... Voor de rest wil ik dit prachtig uitgevoerde en interessante boek toch bij iedereen aanbevelen! Het telt 240 bladzijden, groot formaat, en het bevat honderden kleurillustraties over heel veel boeiende onderwerpen (f 49.50).
 
Zelfspot was niet de sterkste kant van AJC-ers, dat lieten we graag aan anderen over die daar wel raad mee wisten/weten.  In De Volkskrant van 27 april stond, met het oog op 1 mei neem ik aan, een artikel over ‘Het strijdlied’, en ook hier laat de schrijver de AJC wat ridiculiserend aan de orde komen, al schijnt ook hij het verlorengaan van onze strijdliederen van vroeger toch wel te betreuren. Hij besluit z’n stuk met: ‘Op 28 februari 1959 wordt de AJC opgeheven. Een poging tot radicale koerswijziging had niet mogen baten.’

Simon Carmiggelt schreef in die dagen in z’n dagelijkse stukje in Het Parool: ‘Geheel onvoorbereid koop ik bij het station Het Vrije Volk en wat staat op de voorpagina? Een foto van de AJC in Vierhouten bezig te dansen op... jazzmuziek! Zijgen dan alle normen ineen? Is er geen enkele zekerheid meer om je aan vast te klampen? Jazz op de Páásheuvel, waar sinds jaar en dag de klanken van licht ontstemde mandolinen zo onweerstaanbaar noodden tot een bronwaterfrisse volksdans, die verrukkelijke uiting van sociaal-democratische levensblijheid...’  Maar goed dat Carmiggelt het grote bord met bierreclame bij diezelfde Paasheuvel niet meer heeft kunnen zien!
 
Nog even, in ernst,  terug naar de strijdliederen. Hoe groot de nawerking kan zijn van sommige tot onze liederenschat behorende maar bijna niet meer gezongen liederen, ervoer ik op 10 mei in Den Haag bij de crematieplechtigheid voor Stan Poppe, oud-AJC-er, oud-kamerlid, oud-voorzitter van de Partij van de Arbeid, enz. Daar werd -zijn eigen keus- nog wél een opname van ‘Morgenrood’ ten gehore gebracht, en al spreekt het lied niet zonder pathos over smachtende heilsverwachting en dat soort noties die niet meer van deze tijd zijn, -  het emotionele effect van tekst en melodie houdt in 2000 nog steeds kippenvel in, en een flinke hoeveelheid weemoed. Zouden we niet veel zuiniger op dit culturele erfgoed moeten zijn, vraag je je wel eens af. Stan leidde altijd de 4-meiherdenking in Vierhouten, maar dezelfde avond waarop wij de stille tocht aflegden van het Rode Valkennest naar de zuil bij de Paasheuvel, opgericht voor de in 1940-’45 heengegane vrienden, overleed hij. Hennie Oost nam daardoor dit jaar zijn taak in het kleine openluchttheater over.
 
De tijd laat niet na gaten te slaan in onze gelederen. Zo meldde begin dit jaar het Mededelingenblad van de werkgroep ‘Oud-AJC Kontakten’ en ‘Stichting Onderzoek AJC’ (4 x per jaar, abonnement door overschrijving van f 10.- op giro 4439697 t.n.v. Oud-AJC Kontakten, Groningen) het overlijden van Freddie Woudstra, 83 jaar, die lange tijd als dansleidster in Groningen goed werk gedaan heeft voor diegenen die op volksdans gesteld waren, (waartoe ik zelf overigens nooit gerekend mocht worden). Over Co van Ditmarsch is hier reeds eerder geschreven. De AJC bestaat nu al ruim veertig jaar niet meer en als er nog eenzelfde periode bij komt zullen er helemaal geen oud-AJC-ers meer zijn. Zover is het voorlopig niet, en daarom ga ik nog maar even door.
 
En wel met een ontdekking in de catalogus van een boekenveiling in Haarlem, mei jongstleden. Wat zien we daar, het ene kavel na het andere? Allemaal AJC-brochures, programmaboekjes, toegangsbewijzen, periodieken, enz. waaraan Fré Cohen met haar ontwerpen heeft bijgedragen, met verwijzingen naar het standaardwerk van Peter van Dam en Philip van Praag, Fré Cohen, leven en werk van een bevlogen kunstenares (Abcoude, 1993). Er zit blijkbaar ‘handel’ in al dat drukwerk, want de taxaties, die de vermoedelijke opbrengst voorspellen, lopen voor de diverse collecties op van f 100.- tot f 300.-! Onderschat dus niet de commerciële waarde van datgene wat je in dit verband misschien in huis hebt. Beter dan verkopen is het natuurlijk om je licht even op te steken bij Joost de Moor, Golf 14, 1531 MK Wormer, tel.075-6402799, secretaris van de Stichting Onderzoek AJC, die graag behulpzaam is bij het vinden van een goede bestemming.
 
Tot slot vermeld ik nog een interessante vondst bij een antiquariaat in de Groninger binnenstad. Daar kon ik, zonder dat het in de papieren liep, de hand leggen op drie ingebonden jaargangen van Het Jonge Volk, orgaan van de AJC, namelijk de jaargangen 1923, 1924 en 1925. Daarin lieten de afdelingen uit stad en provincie Groningen geregeld van zich horen! Het is niet uitgesloten dat ik daar in een volgend nummer wat uitvoeriger op terug kom.
 
Jan de Groot