‘Fout’ geboren

In een nummer van ‘Contact’ - het mededelingenblad van de oud-AJC-groep Groningen - schreef ik onlangs een artikeltje over de tentoonstelling ‘Oorlogskinderen’, die ondertussen ook Groningen is gepasseerd. In het bijzonder belichtte ik daarin het onderdeel dat betrekking had op kinderen van ‘foute’ ouders,

 

die een tijdlang in kampen en tehuizen verblijf moesten houden in gevallen dat er geen familieleden of vrienden bereid of in staat waren zich over hen te ontfermen. Deze kinderen kon over het algemeen niets anders verweten worden dan dat hun ouders lid waren van de NSB of anderszins in de oorlogsjaren ‘aan de verkeerde kant’ hadden gestaan.
 

Toch ondervonden velen van hen in persoonlijk en maatschappelijk opzicht soms jarenlang hinder van dit verleden van hun ouders, dat ze als een last met zich mee droegen, en soms nog dragen. Dat bleek ook uit een groot onderzoek dat in 2002 werd uitgevoerd door het Historisch Nieuwsblad.

In ditzelfde tijdschrift, het nummer van juli/augustus 2006, las ik dat het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) in Amsterdam 100.000 euro beschikbaar heeft gesteld voor voortgezet onderzoek naar de ervaringen van deze groep Nederlanders. Van de kant van een van de ministeries werd er nog een zelfde bedrag aan toegevoegd. (Dat levert dus een subsidie op van niet minder dan 440.000 gulden, zo kan ik nog steeds maar niet laten snel om te rekenen: om voor mijzelf even het besef levend te houden waar het eigenlijk over gaat, maar dit terzijde). De bedoeling is om over de uitkomsten van dat aangekondigde onderzoek een boek te laten verschijnen, als aanvulling dus op het boek dat ik in januari aan het eind van die bijdrage al noemde.

De onderzoekster, die twee jaar de tijd krijgt om met haar werk voor de dag te komen,meldt nu in het Historisch Nieuwsblad: ‘Ik vind de rol van de kerken heel interessant. Ik kan me voorstellen’, zo schrijft zij, ‘dat het gemakkelijker was om weer geaccepteerd te worden binnen de kerk dan bijvoorbeeld binnen de sociaal-democratische zuil.’

Deze uitspraak bevalt mij niet. Zoiets moet je pas zeggen, vind ik, nádat het nog te verrichten onderzoek dit eventuele verschil aan het licht heeft gebracht. Voorlopig is het niet meer dan een vooroordeel. Je komt het wel vaker tegen: gelovigen zouden zogenaamd betere mensen zijn dan –in dit geval: sociaal-democratische- ongelovigen, omdat voetstoots maar wordt aangenomen dat ‘de kerk’  exclusief mensen oplevert die in hun praktisch handelen louter en alleen steunen op bijbelse uitgangspunten. Was het maar waar! Wie het geloof daarin niet bezit en dus in een ‘God’ –in welk geloof dan ook- niets méér ziet dan een zelf verzonnen product van de menselijke geest, die hoeft om deze reden in tolerantie en vergevingsgezindheid waarachtig niet ten achter te blijven bij ‘de kerk’, zoals de onderzoekster zich voorstelt.

Ons bezoek van destijds aan de ‘fout’ geboren kinderen in het opvangverblijf in Marum past in ieder geval niet in het beeld dat door haar, wat al te voorbarig, alvast werd opgeroepen.

N.B.:
Het Historisch Nieuwsblad is een heel lezenswaardig maandblad voor wie belang stelt in de geschiedenis in relatie tot wat er in de huidige tijd zoal in de wereld gebeurt. Het blad opent daardoor niet alleen vensters op vervlogen tijden, maar draagt ook bij aan een beter begrip van de actualiteit. Het doet dit met niet te lange artikelen, ruim geïllustreerd, veel in kleur. Je kunt voor 12.50 euro aan een proefabonnement van vier nummers komen via telefoonnr 023-5183337 of via www.historischnieuwsblad.nl. Ik zou het doen als ik al niet geabonneerd wás.

Jan de Groot

 

Contact, Mededelingenblad van de oud-AJC-groep Groningen,
achtste jaargang nr 3, augustus 2006